Sacramentsdag (Corpus Christi) wordt gevierd op de tiende dag na Pinksteren. De rooms-katholieken vieren hiermee de instelling van de eucharistie. Ze eten op deze dag brood en drinken wijn. Het brood verwijst naar Jezus’ lichaam, de wijn naar het bloed dat Jezus offerde omwille van het heil van de mensen.
Offerfeest (Eid Al-Adha)
Het Offerfeest (ook wel Feest van Ibrahiem of Schapenfeest) is het belangrijkste feest van de islam. Het duurt drie dagen en wordt gevierd vanaf de 10e dag van de 12e maand van de islamitische kalender.
Het is het feest van het offer van Abraham. Iedere moslim die er geld voor heeft, slacht op de eerste dag van het Offerfeest een schaap en dat is niet goedkoop (ca. € 300,00).
In het Arabisch heet het Offerfeest Id al-Adha en ook Aid al Kabir, en in het Turks heet het Kurban Bayrami.
Naast het delen (wat een belangrijk gebruik is in de islam) is het zich overgeven aan Allah en het willen zijn als Ibrahiem heel belangrijk bij het vieren van het Offerfeest.
In Nederland wordt de laatste jaren geprobeerd om van het Offerfeest een officiële feestdag (vrije dag) te maken voor de ongeveer half miljoen Nederlandse moslims.
Bedevaart naar Mekka (Id-ul-Hadj)
De Hadj is de jaarlijkse bedevaart naar Mekka die iedere volwassen moslim, die daartoe de middelen heeft, ten minste eens in zijn leven moet verrichten. De Hadj vindt altijd plaats in het begin van de twaalfde maand van de moslimkalender.
De Hadj brengt hem naar de plaats waar Mohammed de Islam heeft gepredikt. Mohammeds ‘afscheidsbedevaart’ in zijn sterfjaar werd het voorbeeld voor het huidige hadj-ritueel. De relatie met de persoon van Mohammed is voor de moslim een belangrijk aspect van de Hadj. Dit blijkt onder meer uit het bezoek dat veel pelgrims na afloop brengen aan Mohammeds graf in Medina.
Pinksteren (2e Pinksterdag)
Tien dagen na Hemelvaartsdag, en dus vijftig dagen vanaf Pasen, herdenken christenen hoe de discipelen van Jezus de Heilige Geest ontvingen. Er verschenen vlammen boven hun hoofden en ze konden nu zieken genezen in naam van Jezus en Gods boodschap in andere talen verspreiden. Tevens wordt de geboorte van de (katholieke) kerk herdacht. In tegenstelling tot Kerstmis en Pasen kent Pinksteren tegenwoordig geen wereldse uiterlijkheden meer. Pinksteren wortelt in het joodse Wekenfeest. Oorspronkelijk was het een dankfeest voor de binnengehaalde oogst; zeven weken is de tijd die het zaad nodig heeft om te ontkiemen, groeien, bloeien en vrucht te dragen. In de 2de eeuw na Christus kwam de nadruk te liggen op het herdenken van het verbond tussen God en Israël, de gebeurtenis bij de Sinai, toen God aan Mozes de wet gaf. De christenen namen deze feestdag over om de nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen te gedenken. De christenen zagen een parallel: met Pinksteren is het de Geest van Christus die de nieuwe wet geeft en die de christenen (uit joden- en heidendom) verenigt tot een nieuw volk van God. Omdat het joodse Wekenfeest – als men de eerste en de laatste dag van een periode meetelt – de vijftigste dag was, noemde men het in het Grieks ook Pentekostè, wat ‘vijftig’ betekent. Het woord Pinksteren is hiervan afgeleid.
Geboorte van Boeddha
Jaarlijks op de 8e dag van de 4e Chinese maanmaand (meestal in mei) wordt door de boeddhisten die de Chinese kalender volgen de geboorte van de Boeddha herdacht.
Pinksteren (1e Pinksterdag)
Tien dagen na Hemelvaartsdag, en dus vijftig dagen vanaf Pasen, herdenken christenen hoe de discipelen van Jezus de Heilige Geest ontvingen. Er verschenen vlammen boven hun hoofden en ze konden nu zieken genezen in naam van Jezus en Gods boodschap in andere talen verspreiden. Tevens wordt de geboorte van de (katholieke) kerk herdacht. In tegenstelling tot Kerstmis en Pasen kent Pinksteren tegenwoordig geen wereldse uiterlijkheden meer. Pinksteren wortelt in het joodse Wekenfeest. Oorspronkelijk was het een dankfeest voor de binnengehaalde oogst; zeven weken is de tijd die het zaad nodig heeft om te ontkiemen, groeien, bloeien en vrucht te dragen. In de 2de eeuw na Christus kwam de nadruk te liggen op het herdenken van het verbond tussen God en Israël, de gebeurtenis bij de Sinai, toen God aan Mozes de wet gaf. De christenen namen deze feestdag over om de nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen te gedenken. De christenen zagen een parallel: met Pinksteren is het de Geest van Christus die de nieuwe wet geeft en die de christenen (uit joden- en heidendom) verenigt tot een nieuw volk van God. Omdat het joodse Wekenfeest – als men de eerste en de laatste dag van een periode meetelt – de vijftigste dag was, noemde men het in het Grieks ook Pentekostè, wat ‘vijftig’ betekent. Het woord Pinksteren is hiervan afgeleid.
Sjawoeot (Wekenfeest)
Sjawoeot (ofwel het Wekenfeest) is het tweede van de drie grote feesten met zowel historische als agrarische betekenis (de andere twee zijn Pesach en Soekot). In de agrarische betekenis gedenkt het de tijd waarop de eerste vruchten geoogst werden en naar de Tempel werden gebracht. In die betekenis staat het feest bekend als Chag ha-Bikkoerim (het Feest van de Eerste Vruchten). Historisch gezien gedenkt het de gebeurtenis dat de Tora op de berg Sinaï gegeven werd, en in die betekenis is het feest ook bekend onder de naam Zeman Matan Torateinoe (het Tijdstip van het Geven van onze Tora). Werk is niet toegestaan op Sjawoeot (net als op de eerste en laatste dagen van Pesach en Soekot) en het is gebruikelijk om de hele eerste nacht van Sjawoeot op te blijven en Tora te leren, om daarna zo vroeg mogelijk ’s ochtends het ochtendgebed te zeggen. Traditioneel worden op Sjawoeot gerechten met melkproducten gegeten.
Hemelvaartsdag
Veertig dagen na zijn opstanding is Jezus volgens het christelijk geloof naar de hemel opgestegen, naar God de Vader. Deze gebeurtenis wordt op Hemelvaartsdag herdacht.
Jom Jeroesjalaiem
Jom Jeroesjalaiem is de meest recente Joodse feestdag. Het is de herdenking van de inneming van de oude stad Jeruzalem (7 juni 1967). Jaarlijks op de 28ste dag van de maand ljar; valt 28 ljar op vrijdag of sjabbat dan wordt de viering verplaatst naar de daaraan voorafgaande donderdag. Nadat Israël in 1948 onafhankelijk was geworden, werd de jonge staat aangevallen door omringende landen. Jordanië veroverde het oostelijk deel van Jeruzalem dat het tot 1967 bezette. Pas in juni 1967 (de Zesdaagse Oorlog) verkreeg Israël de zeggenschap over de Oude Stad van Jeruzalem, de Westelijke Tempelmuur en de Tempelberg. Sindsdien wordt op 28 ljar de hereniging van Jeruzalem “Jom Jeroesjalaiem” gevierd.
IJsheiligen
IJsheiligen zijn vier achtereenvolgende heiligendagen binnen het Katholicisme. Tevens is IJsheiligen één van de oudste en wellicht het bekendste begrip uit de volksweerkunde. De eerste berichten over deze “strenge heren” dateren van rond het jaar 1000. De IJsheiligen zijn: St. Mamertus, St. Pankratius, St. Servatius en St. Bonifatius. Zij vieren hun naamdagen op 11, 12, 13 en 14 mei. De IJsheiligen ontlenen hun benaming aan het gevaar van koud voorjaarsweer voor het gewas, dat in deze tijd in volle bloei staat. Een late vorstnacht kan nu veel schade aanrichten. Het is echter niet zo dat tijdens de IJsheiligen de kans op een overgang naar koud weer groter is dan op andere dagen in het voorjaar.
Lag Ba’omer
Lag Ba’omer valt ieder jaar op 18 ljar (meestal in mei) dat samenvalt met dag 33 van de “omer”telling. De tijd tussen Pesach en Sjawoeot is een rouwperiode in het jodendom: de “omer”tijd. Gedurende 33 dagen van de omertijd wordt niet getrouwd, worden geen feesten gegeven en gaat men niet naar de kapper. In deze periode zijn door de eeuwen heen veel joden slachtoffer geworden van vervolgingen. Ook zijn er tijden geweest waarin er met name ellende is ontstaan door onderlinge verdeeldheid van de joden. Er zijn niet veel gebruiken aan de dag verbonden. In Israël worden vaak vuren gestookt en is het een dag waarop (weer) veel huwelijken gesloten worden.
Boeddhistisch Nieuwjaar (Theravada)
De viering van het boeddhistische nieuwjaar begint op de laatste dag van de hindoe maand Chaitra. Meestal is dat de eerste volle maan in april in theravado landen (landen die de oorspronkelijke boeddhistische leer en regels navolgen) zoals Birma, Thailand, Sri Lanka, Cambodja en Laos. In mahayana (dit is de leer in het boeddhisme die er van uit gaat dat in wezen ieder mens een Boeddha in aanleg is) landen echter begint het nieuwe jaar op de eerste volle maan in januari. Chinezen, Vietnamezen en Koreanen vieren het nieuwe jaar op de tweede volle maan in januari of de eerste in februari en de Tibetanen nog weer een maand later. In Tibet wordt nieuwjaar niet echt groots gevierd. De geboorte van Boeddha (Wesak of Boeddhadag) is voor hen één van de belangrijkste feesten.
Wesak (Boeddha dag)
Het boeddhistische vollemaansfeest; in mei werd Heer Boeddha tijdens volle maan geboren. Hij heeft verlichting bereikt. Daardoor ontstond het Wesakfeest. Het is een dag van gedeeltelijk vasten en het doen van goede werken. Lekenvolgelingen eten vaak niet tussen 12 uur ’s middags en de volgende ochtend 6 uur; zoals monniken en nonnen elke dag doen. Wesak is een algemeen feest voor de Theravada-boeddhisten (uit een bepaalde “school”). Het is voor deze boeddhisten eigenlijk de meest blije en belangrijkste dag van het jaar, vanwege de Verlichting van de Boeddha. Ze versieren hun Boeddha beelden met lichtjes en kaarsen of lopen er met lampjes omheen. Het huis wordt schoongemaakt en versierd met bloemen (o.a. lotusbloemen). Men stuurt elkaar kaarten en geeft eten aan de monniken.