Jaarlijkse vastenperiode in maart/april. De festiviteiten duren negen dagen en nachten en richten zich voornamelijk op de verering van de godin Durga (‘ongenaakbare’), één van de negen namen of verschijningsvormen van Parvati, het vrouwelijke aspect dan wel de echtgenote van de god Shiva.
Navaratri (Tweede Periode)
Na Pitra Paksj begint nu de Navaratri (tweede periode): negen dagen durende festiviteiten die afgesloten worden met Vijay-dashmi. Navaratri is een feest van dans en aanbidding.
Letterlijk betekent Navaratri 9 nachten. Op een van deze 9 dagen houdt de vrome hindoe – veelal in huiselijke kring – een offerdienst, waarbij de negen manifestaties (verschijningsvormen) van de vrouw van Shiva worden vereerd.
Simchat Tora (Vreugde om de Levensleer)
Simchat Tora (Vreugde om de Levensleer) wordt overal vreugdevol gevierd en is direct na Soekot op de 23e dag van het nieuwe jaar. Men leest op deze dag het laatste en direct daarna het eerste gedeelte van de Tora om aan te geven dat het lezen en studie van de Tora altijd doorgaat. Voor het laatste stuk kiest men een Chatan Tora (een bruidegom van de Leer) en voor het eerste een Chatan Beresjiet (een bruidegom van het begin). Bij voorkeur mannen die in het afgelopen jaar getrouwd zijn. Er worden lekkernijen aan de kinderen uitgedeeld. Men danst met alle in de synagoge aanwezige Torarollen.
Sjemini Atseret (Slotfeest)
Tot vanavond vieren de joden het Slotfeest. Dit feest sluit het Loofhuttenfeest (Soekot) af. Men bidt om regen in de hoop op een vruchtbaar jaar. Letterlijk betekent het: ‘de achtste dag van het samenkomen’. Op zich is zeven dagen al genoeg, maar het is voor God moeilijk om afscheid te nemen, daarom blijven de joden nog een dagje. De tijd die men hiermee kreeg wordt van oudsher gebruikt om te bidden voor extra regen zodat straks alles zal gaan groeien en bloeien.