Bij het verlaten van de Portugese synagoge stop ik mijn davidsster snel weg. Een paar maanden geleden kocht een vriend een ketting die je kunt uitvouwen, zodat het symbool niet meer zichtbaar is — een uitvinding uit de tijd van de Spaanse Inquisitie. Het is praktisch, maar het voelt wrang dat ik er ook nu telkens weer aan moet denken om mijn joods-zijn te verbergen.
Dat de Joodse gemeenschap de afgelopen tijd onder druk staat, zal voor de meeste lezers geen verrassing zijn. Aanslagen op onder andere de Joodse school het Cheider en synagogen in steden als Rotterdam en Haarlem hebben gelukkig geen slachtoffers geëist, maar de impact is groot. De angst is voelbaar. Scheldpartijen en bespuugd worden — hoe pijnlijk ook — lijken bijna te wennen. Fysiek geweld is een grens die voor mij zwaarder weegt.
Steeds meer mensen in mijn omgeving trekken zich terug uit het openbare leven. Ze voelen zich niet veilig om zichtbaar Joods te zijn. Verhalen over middelbare scholieren die worden begroet met de Hitlergroet, of thuis worden gebeld en bedreigd door anonieme nummers, versterken dat gevoel. Die angst is begrijpelijk — ik voel hem zelf ook. Toch geloof ik niet dat terugtrekken de oplossing is. Onzichtbaarheid biedt misschien schijnveiligheid, maar kost ons uiteindelijk iets essentieels.
Juist in contact met anderen voel ik me gesterkt. Na een aanslag krijg ik berichten van mensen met wie ik in dialoog ben — mensen die het gevoel van buitensluiting kennen en oprecht vragen hoe het gaat. Die betrokkenheid maakt verschil. Het zijn kleine gebaren, maar ze doorbreken het gevoel er alleen voor te staan.
Die kracht van ontmoeting ervoer ik ook tijdens de mimoenaviering in de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam. Ik ging er gespannen naartoe, maar werd geraakt door de warmte en verbondenheid. Sprekers als Hicham Ghalbane van het Marokkaans Politie Netwerk en organisatrice Tamar Efrati benadrukten het gedeelde Joods-islamitische verleden in Marokko. Met muziek, eten en verhalen ontstond er een sfeer waarin verschillen even naar de achtergrond verdwenen en gedeeld mens-zijn centraal stond.

Tegelijkertijd is het begrijpelijk dat niet iedereen openstaat voor interreligieuze dialoog, zeker in deze gespannen tijden. Juist daarom is het waardevol dat er verschillende manieren zijn om samen te komen. Initiatieven zoals Lev in Mokum, waarvoor ik in opdracht van de gemeente Amsterdam bijeenkomsten mee organiseer, bieden ruimte om het Joodse leven te versterken zonder de moeilijke ervaringen te negeren. Met lezingen van onder anderen Irene Zwiep, Bart Wallet en Bertien Minco, gevolgd door gesprekken, ontstaat er ruimte voor persoonlijke verhalen.
Want uiteindelijk is dat wat veel mensen zoeken: gehoord worden en zichtbaar mogen zijn. De vraag is niet alleen of wij die ruimte durven in te nemen, maar ook of anderen bereid zijn die te bieden. Juist in die wederkerigheid ligt de basis voor een samenleving waarin we niet tegenover elkaar staan, maar naast elkaar.
Dit artikel is eerder verschenen op NieuwWij.nl
Geschreven door:
Anne-Maria van Hilst
Bestuurslid – vertegenwoordigt het jodendom binnen het bestuur. Anne-Maria is expert op het gebied van interreligieuze dialoog en educatie. Vanuit haar fascinatie voor de manier waarop religie mensen raakt en vormt, zet zij zich in om bruggen te slaan tussen verschillende levensbeschouwelijke tradities. Als zelfstandig professional verzorgt zij lezingen, workshops en educatieve programma’s voor onder meer scholen, universiteiten, kerken en synagogen. Daarnaast was zij betrokken bij diverse congressen en seminars en begeleidt zij sinds 2016 het prijswinnende project Leer Je Buren Kennen. Met haar achtergrond in geschiedenis en Hebreeuws heeft zij een bijzondere belangstelling voor de Joodse geschiedenis, educatie en het bevorderen van wederzijds begrip in een diverse samenleving.
Lees alle artikelen van Anne-Maria van Hilst