“Over barmhartigheid…” – Sasja Martel

 

Als bestuurslid van de Stichting Even Anders voel ik mij zeer betrokken bij alles wat anders is. 

Vragen als ‘Ben ik anders?’ of ‘Is hij anders?’ intrigeren mij.

Wat doe ik er mee dat ik anders ben dan een ander of omgekeerd. 

Als Joods levende vrouw word ik er sowieso voortdurend mee geconfronteerd. 

Vanuit de Joodse traditie die ik probeer te vertegenwoordigen in deze stichting zijn hier best wel wat ideeën over. En natuurlijk ook Bijbelse verhalen die laten zien hoe we met het anders zijn kunnen omgaan.

Zodoende kwam er ook een cluster binnen ons bestuur onder de naam Barmhartigheid Hoezo!?

Samen met bestuurslid John van den Hout proberen we vanuit dit cluster de goede vragen te stellen, ook in contacten met andere organisaties zoals de Beweging van Barmhartigheid: Waarom zou je barmhartig zijn? Naar wie dien je barmhartig te zijn?

Wie help je daarmee? Is het een stukje eigenbelang, een feelgood moment, of help je die ander omdat hij de ander is en jou nodig heeft ook al herken je je totaal niet in hem of in zijn hulpvraag?

Niemand kan of mag denken te weten wie die ander is. Het is dus zaak de ander de andere te laten zijn en hem daarin te steunen.

Barmhartigheid komt daar dicht bij in de buurt. 

Dit mooie concept is niet te vertalen met medelijden of compassie, nee het is veel meer dan dat.

Volgens onze traditie schiep God aanvankelijk de wereld met het idee dat er alleen rechtvaardigheid zou heersen. Daar kwam Hij al gauw van terug, omdat er dan geen schepsel zou kunnen voortbestaan. Daarom werd de schepping gebaseerd op zowel rechtvaardigheid als barmhartigheid.  Pas als rechtvaardigheid alleen niet voldoende is om het recht te doen zegevieren dient men barmhartig te zijn. 

Niet omgekeerd! Barmhartig handelen kan niet betekenen dat een ander tegelijkertijd onrechtvaardig bejegend wordt.

Dat is best wel moeilijk te begrijpen, maar voorkomt een ‘goedkope vorm van compassie’.

We kennen allemaal het verhaal van Koning Salomo en de 2 vrouwen, die beiden claimden dat ze de moeder waren van een baby. Salomo stelde voor dat de baby in tweeën gedeeld zou worden.  De ene vrouw was het hiermee eens. Toen de andere vrouw dit hoorde zei ze vanuit barmhartigheid jegens de baby, die haar bloedeigen kind was: ‘geef dan de baby maar aan haar!’ 

Salomo oordeelde met een wijs en rechtvaardig hart dat deze vrouw dan de echte moeder was en gaf de baby aan haar.

Barmhartigheid blijft hopelijk een werkwoord, dat schuurt, confronteert, en een voortdurende vraag voor ons allen!

Juni 2022

Geschreven door:

Sasja Martel

Bestuurslid - Vertegenwoordigt het jodendom binnen het bestuur

Lees alle artikelen van Sasja Martel